Executieve functies

Op De Zeester houden we ons ook bezig met de executieve functies. Wat zijn nu precies excecutieve functies? Dit zijn al die regelfuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het realiseren van doelgericht en aangepast gedrag; zij schakelen afleidende factoren uit en plannen de volgorde van ons handelen. Wanneer het brein het orkest is, kunnen executieve functies worden gezien als de dirigent.

Op De Zeester gebruiken we de metafoor van 'de boot'. Het kind is de kapitein en stuurt zijn boot aan om het gewenste doel te bereiken. De metafoor van (het besturen van) de boot laat zien dat de verschillende executieve functies elkaar sterk beïnvloeden en goed met elkaar moeten samenwerken.

Iedere maand zal er een andere functie centraal staan in de groepen.

Executieve functie van de maand

Mei (vanaf meivak) / Juni: Flexibiliteit (het roer)

Helpt je soepel om te gaan met veranderingen, te schakelen tussen activiteiten en waar nodig je gedrag en gedachten aan te passen aan nieuwe omstandigheden.

De hulpzin die de leerkrachten gebruiken, is: Gooi je roer om!

De onderbouw basisschool (groep 1 t/m 4):

  • Kan goed met anderen spelen (hoeft niet per se de baas te zijn, kan delen).
  • Kan goed omgaan met onverwachte gebeurtenissen, problemen, nieuwe omgevingen, verrassingen (bijv. een invaller in de groep).
  • Kan wisselen/schakelen van activiteit, aanpak, denkwijze of onderwerp.
  • Kan “kritisch” zijn t.o.v. anderen, bijv. raakt niet van streek als een ander kind zich niet aan de regels houdt of zich vreemd gedraagt.

Midden-en bovenbouw basisschool groep 5 t/m 7:

  • Kan soepel omgaan met veranderingen of als plannen plotseling aangepast moeten worden.
  • Kan accepteren dat er ook andere manieren zijn om ergens tegenaan te kijken (verplaatsen in een ander).
  • Blijft niet te lang hangen bij tegenslagen ( bijv. teleurstelling/afwijzing).
  • Kan opdrachten met een open einde maken (heeft misschien ondersteuning nodig).

Bovenbouw groep 8:

  • Kan zich aanpassen aan verschillende leerkrachten, regels op school en procedures.
  • Is bereid zich aan te passen aan de wensen van een klasgenoot (laat hem/ haar een ander spel kiezen bijv.).
  • Is bereid zich in een groepssituatie aan te passen als een klasgenoot zich inflexibel gedraagt.
  • Kan overeenkomsten zien tussen taken en situaties (bijv. het kiezen van een leider bij groepswerk of bij gym groepjes vormen waarbij een de leiding heeft).