Executieve functies

Op De Zeester houden we ons ook bezig met de executieve functies. Wat zijn nu precies excecutieve functies? Dit zijn al die regelfuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het realiseren van doelgericht en aangepast gedrag; zij schakelen afleidende factoren uit en plannen de volgorde van ons handelen. Wanneer het brein het orkest is, kunnen executieve functies worden gezien als de dirigent.

Op De Zeester gebruiken we de metafoor van 'de boot'. Het kind is de kapitein en stuurt zijn boot aan om het gewenste doel te bereiken. De metafoor van (het besturen van) de boot laat zien dat de verschillende executieve functies elkaar sterk beïnvloeden en goed met elkaar moeten samenwerken.

Iedere maand zal er een andere functie centraal staan in de groepen.

Executieve functie van de maand

November/december: Het werkgeheugen (de landkaart).

Het werkgeheugen helpt je om informatie vast te houden en te bewerken bij het uitvoeren van de taken. Daarnaast gebruik je het om eerder geleerde kennis, vaardigheden, ervaringen of probleemoplossingsstrategieën toe te passen in een actuele of toekomstige situatie.

De hulpzin die de leerkracht gebruikt is: Zet het op je landkaart.

Onderbouw basisschool (groep 1 t/m 4)

  • Kan een opdracht uitvoeren die uit twee tot drie stappen bestaat.
  • Onthoudt instructies die een paar minuten eerder gegeven zijn.
  • Kan dingen uit het hoofd onthouden (regels, versjes, letters).
  • Kan onthouden wat hij ging doen of waarmee hij bezig was of waar dingen liggen.

Midden-en bovenbouw basisschool (groep 5 t/m 7)

  • Neemt boeken, schriften en huiswerkopdrachten mee naar en van school.
  • Legt verbanden tussen nieuwe en al aanwezige kennis.
  • Kan dingen uit het hoofd doen: hoofdrekenen, stappen begrijpend lezen, spreekbeurt.
  • Heeft geleerd van een eerdere situatie en kan daardoor een probleem oplossen (bijv. aanpak spellingscategorie).


Bovenbouw (groep 8)

  • Kan overzicht houden over huiswerkopdrachten en verwachtingen van de leerkracht.
  • Kan aanwijzingen die uit verschillende stappen bestaan onthouden als hij daarvoor voldoende tijd en oefening heeft gekregen.
  • Kan zich schriftelijk uitdrukken, zoals het opschrijven van antwoorden in een zin of verhaalvorm.
  • Kan de gelezen informatie goed vasthouden (bijv. bij begrijpend lezen).