Executieve functies

Op De Zeester houden we ons ook bezig met de executieve functies. Wat zijn nu precies excecutieve functies? Dit zijn al die regelfuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het realiseren van doelgericht en aangepast gedrag; zij schakelen afleidende factoren uit en plannen de volgorde van ons handelen. Wanneer het brein het orkest is, kunnen executieve functies worden gezien als de dirigent.

Op De Zeester gebruiken we de metafoor van 'de boot'. Het kind is de kapitein en stuurt zijn boot aan om het gewenste doel te bereiken. De metafoor van (het besturen van) de boot laat zien dat de verschillende executieve functies elkaar sterk beïnvloeden en goed met elkaar moeten samenwerken.

Iedere maand zal er een andere functie centraal staan in de groepen.

Executieve functie van de maand

Januari: Emotieregulatie 

Emotieregulatie helpt je om op een goede manier met je emoties om te gaan, zodat je doelen kunt realiseren, taken kunt voltooien of gedrag kunt controleren en sturen.

De emotieregulatie zien we als een toerenteller. Emotieregulatie is de toerenteller van de boot. Bij een te hoog toerental ontstaat er schade, bij een te laag toerental slaat de motor af.

De hulpzin die de leerkrachten gebruiken, is: Let op je toerenteller!

Onderbouw basisschool (groep 1 t/m 4):

* Kan tegen kritiek door te laten zien dat hij/zij niet boos reageert of zich het enorm aantrekt.
* Kan zichzelf herpakken als iets fout gaat of iets teleurstelt.
* Kan rustig reageren op (relatief kleine gebeurtenissen) bijv. als hij/zij iets als “oneerlijk” beschouwt.
* Kan zich geduldig tonen bijv. luisteren naar de juf, even wachten bij het planbord.


Midden-en bovenbouw basisschool groep 5 t/m 7:

* Kan woorden geven aan zijn/haar emoties.
* Reageert niet overdreven op verlies als hij/zij bijv. geen beurt krijgt, niet uitgekozen wordt of geen prijs krijgt.
* Accepteert het als hij/zij niet krijgt wat hij/zij wil tijdens groepsactiviteiten.
* Reageert terughoudend op plagerijen.


Bovenbouw groep 8:

* Kan reacties van vrienden "lezen" en past zijn/haar gedrag aan.
* Kan anticiperen op gevolgen en voorbereiden op een mogelijke teleurstelling.
* Is zo nodig assertief, vraagt bijv. hulp van de leerkracht, nodigt iemand uit voor een feestje/clubje. 
* Kan positief met feedback op zijn/haar gedrag omgaan.