Coöperatief Leren

Leren van en met elkaar.

Coöperatief leren is een onderwijsmethode die gebaseerd is op samenwerking. Kenmerkend voor coöperatief leren is dat de leerlingen met elkaar samenwerken om een leertaak uit te voeren. De klas wordt ingedeeld in kleine groepen leerlingen. In deze groepjes gaan zij met elkaar aan de slag: zij discussiëren over de leerstof, geven elkaar uitleg en informatie, overhoren elkaar en vullen elkaar aan.

Op deze manier leren kinderen niet alleen van de leerkracht, maar ook van elkaar. Het bevordert het constructief samenwerken en de bereidheid elkaar verder te helpen. Bij het coöperatief leren worden de leerlingen uitgedaagd om zelf initiatief te nemen, elkaar te helpen en problemen samen op te lossen. De leerkracht houdt hierbij wel toezicht, maar laat de kinderen zoveel mogelijk zelfstandig werken.

Samen sterk

Door elkaar te helpen en met elkaar te overleggen, vullen leerlingen elkaar aan. De leerling die een onderdeel beter beheerst, leert zelf meer door hierover uitleg te geven aan een leerling die dat onderdeel nog lastig vindt. Door de uitleg op een andere manier te krijgen, namelijk van een mede-leerling, wordt het onderdeel duidelijker voor de ander. Win-win!

In spelvorm

Cooperatief leren biedt ook mogelijkheden om vaardigheden in spelvorm verder te ontwikkelen. Bijvoorbeeld een memory-spel met een te leren woordenlijst. Maar ook bewegend leren kan hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld door leerlingen met vraag- en antwoordkaartjes elkaar te laten 'vinden' in de klas.

Coöp structuur van de maand

Elke maand staat er een werkvorm in coöperatief leren centraal: de coöp structuur. In de maand januari is dit voor de onderbouw: Binnen/Buiten kring.

In de klas wordt er een binnen- en buitenkring gevormd. De leerlingen staan tegenover elkaar en wisselen informatie uit. Door het doorschuiven in de kring kunnen leerlingen met veel verschillende klasgenoten van gedachten wisselen. Deze werkvorm gebruiken we bijvoorbeeld om de weekendverhalen te bespreken, voorkennis over een onderwerp op te roepen, rekensommen te oefenen, woordjes te lezen en nog veel meer.

Voor de bovenbouw is het deze maand: De Lijn. De Lijn is een werkvorm waarbij leerlingen of groepen leerlingen hun stellingname zichtbaar maken. De leerlingen nemen op een lijn fysiek een standpunt in ten aanzien van een stelling. Ze maken hiermee duidelijk of ze het wel of niet eens zijn met een stelling. Een positie innemen aan de ene kant van de lijn betekent dat ze het met de stelling geheel eens zijn, een positie aan de andere kant innemen betekent dat ze het met de stelling geheel oneens zijn. Je kunt dus ook halverwege de lijn gaan staan. De standpunten van de verschillende leerlingen zijn op deze manier snel zichtbaar. Een voorbeeld van een mogelijke stelling is:

“Vuurwerk voor particulieren moet verboden worden”.

Daarna gaan de leerlingen met elkaar in gesprek waarom ze voor of tegen de stelling zijn.